|
Hoe alles begon:
Eind 1994 was er een groot verlangen in het
hart van Peter Gatete, een geboren Rwandees,
die reeds lang in Nederland woonachtig is,
om het door de oorlog geteisterde Rwanda te
bezoeken en zijn familie weer te zien. Dit
kwam op wonderlijke wijze tot stand. Peter
schrijft daarover in een eerste nieuwsbrief
enkele weken na zijn thuiskomst uit Rwanda:
Jesaja 55: 8-9
Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten
en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het
woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger
zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger
dan uw wegen en mijn gedachten dan uw
gedachten.
Enkhuizen, 14 januari 1995
Hier is dan de nieuwsbrief, waar u misschien
op gewacht heeft. Vergeef me, dat de brief
een beetje laat is. Ik ben namelijk al vier
weken terug, maar toen ik thuiskwam had ik
het al meteen heel druk, met name de eerste
twee weken. Ik ben blij dat ik nu eindelijk
kan schrijven over mijn reis naar Rwanda
welke mogelijk is gemaakt door uw giften en
gebed. Ik kan niet verder gaan voordat ik u
eerst vertel hoe God me geleid heeft om u om
financiële hulp te vragen. Het was niet
makkelijk voor mij dit te doen, omdat er
trots in mijn hart was en ik niet om geld
wilde bedelen.
Op een dag sprak mijn vrouw met een broeder
in de Heer. Hij stelde voor dat ik een brief
aan mijn vrienden zou sturen en daarin om
een bijdrage zou vragen voor mijn reis. Ik
had er geen vrede over, maar op een dag,
toen ik bad, kwam er een bijbelvers in mijn
gedachten, nl. 1Cor.4: 7a. Hier zegt Paulus:
Wat heb jij, dat je niet ontvangen hebt?
Toen was het mij duidelijk dat het zuiver de
genade van God is dat ik heb, wat ik heb.
Dit moedigde mij aan om geld te vragen. De
Here zegene u rijkelijk voor uw snelle
reactie. Niet lang nadat ik de brief
verstuurd had, was er voldoende geld voor
een ticket naar Rwanda. Maar toen had ik er
nog geen vrede over wanneer ik zou gaan.
Mijn vrouw zei dat ik een vertrekdatum moest
vaststellen en een ticket moest boeken. Nog
steeds voelde ik mij er niet klaar voor.
Rond deze tijd werd mijn vrouw gebeld door
iemand van de E.O. Na een lang gesprek werd
er voorgesteld dat we de mevrouw die belde
met haar echtgenoot op bezoek zouden krijgen
om met elkaar verder te spreken. Een zuster
in de Heer had een kopie van onze
nieuwsbrief naar de E.O. gestuurd. Zo
bezochten zij ons en hadden wij een lang
gesprek. Kort daarna werden wij gebeld. Men
wilde samen met mij met een team naar Rwanda
gaan om een film over mijn bezoek daar te
maken. Het een en ander ging razend snel en
in minder dan twee maanden was alles klaar
voor het team en mij om te vertrekken. De
E.O. gaf de vertrekdatum aan en vertelde mij
dat ze mijn ticket zouden betalen. Ik hoop
dat u nu begrijpt waarom Gods wegen hoger
zijn dan de mijne!
U had mij geld gegeven en dus had ik nu een
probleem. Ik vroeg God wat ik ermee moest
doen. Ik had er vrede over om het geld mee
te nemen. Graag vertel ik u hoe het geld
besteed is. Ik had een paspoort nodig,
vaccinaties, medicijnen om mee te nemen.
Hiernaast wilde ik verschillende dingen voor
mijn familie meenemen zoals zeep, tandpasta,
melkpoeder, suiker e.d. Misschien heeft u
wel op tv gezien hoe haast geen enkel huis
in Rwanda, met name in de hoofdstad Kigali,
meer sluitende deuren heeft. Om
verschillende redenen werden alle huizen
opengeschoten tijdens de oorlog. Mijn
moeders huis had geen enkele deur meer die
kon sluiten en zo zocht ik iemand om de
deuren te repareren. Het huis van mijn
moeder had elektriciteit, maar tijdens de
oorlog zijn alle stopcontacten, lampen en de
hele bedrading verwoest. Ook dit liet ik
iemand repareren en nu is er weer stroom.
Voorts was aan een kant het dak kapot door
kogels. Dit gedeelte van het huis kon niet
gebruikt worden als het regende en er kon
ook niet geslapen worden. Ook dit liet ik
repareren en zo woont mijn moeder weer in
een veilig huis. Vlak voor mijn vertrek had
de nieuwe regering nog geen systeem bedacht,
hoe ze de mensen kosten voor huur, water en
elektriciteit in rekening moesten brengen.
Zo had mijn moeder tot dan toe nog niets van
dit alles betaald. Hiervoor heb ik mijn
moeder ook geld gegeven. Voorts heb ik wat
geld als zakgeld gebruikt voor vervoer en
maaltijden. Momenteel is Rwanda een heel
duur land. Ik had een staafje cacaoboter
nodig. Hier kost dat misschien twee gulden,
daar betaalde ik elf Dollar! Door uw giften
heb ik al het bovenstaande kunnen doen. Heel
hartelijk dank, ook namens mijn familie in
Rwanda. Mijn familie is zeer bemoedigd. Mijn
bezoek was werkelijk een zegen en ik ben God
dankbaar.
Ik was zo blij mijn moeder en de rest van de
familie weer te zien. Maar het was ook
speciaal om mijn geboortegrond voor de
eerste keer te zien en met name het huis
waarin ik geboren ben. Daar woont de man,
die in 1959 door God werd gebruikt om ons
gezin te helpen vluchten tijdens de
massamoorden, die ook toen plaatsvonden.
Deze moordpartijen waren bijna net zo erg
als die welke we pas hebben meegemaakt. Het
verschil is dat er toen nog geen CNN was.
Het was bemoedigend om te zien hoe men het
dagelijks leven weer oppikt, maar er zal wel
tijd over heen gaan en het zal veel
inspanning kosten voor Rwanda weer enigszins
geestelijk herstelt. Ik bevond dat van Tutsi
families, die gemakkelijk uit zo'n vijftig
personen bestaan er soms nog twee tot vijf
over zijn. Ook kwam ik gevallen tegen, waar
nog maar één persoon van de hele familie in
leven was. Het was niet makkelijk om aan te
horen, wat deze mensen te vertellen hadden.
Ook was ik in de gelegenheid om een aantal
weeshuizen te bezoeken. Ik sprak zowel met
de leiding als met de kinderen. Veel
kinderen konden niet slapen vanwege alle
vreselijke dingen, die ze hadden gehoord en
gezien. De kinderen die wel konden slapen
schreeuwden vaak in hun slaap vanwege
nachtmerries. U kunt zich voorstellen wat
het voor een kind moet betekenen om te zien
dat je vader of moeder in stukken wordt
gehouwen en zo de dood vindt. Veel kinderen
ontsnapten ternauwernood. Velen waren gewond
op verschillende plaatsen. Sommigen misten
een been, anderen zelfs beide benen.
Alstublieft, gedenk deze kinderen in uw
gebeden.
Ik bezocht diverse kerken en was bemoedigd
te zien hoe de mensen een weg naar binnen
probeerden te vinden. Soms stonden de mensen
tot op straat omdat de kerk tjokvol was.
Maar ook was er zo'n zalving dat de mensen
gewoon van hun zonden overtuigd werden. Ze
kwamen naar voren voor gebed en gaven hun
leven aan God. Het gezang in de kerken en de
preken waren simpel en vol vreugde, zodat
het heerlijk was om in de kerk te zijn.
De tijd brak aan dat ik weer terug moest. Ik
reisde van Rwanda naar Oeganda, om vanuit
Oeganda terug te vliegen. Ik reisde met een
van mijn zussen in een matatu (minibus).
Ongeveer halverwege op weg naar Kampala,
onze eindbestemming, ontdekte zij, dat haar
koffer met al haar bezittingen weg was. Deze
moet van het dak van de matatu zijn gevallen
of gestolen. Toen ik mij realiseerde dat zij
nu niets meer had, gaf ik haar het
overgebleven geld, zodat zij kon kopen wat
ze nodig had.
Prijs de Heer, Hij heeft mij veilig geleid.
Eén dag nadat ik was aangekomen in Oeganda,
stortte de verbindingsbrug tussen Rwanda en
Oeganda in. Gods timing voor mijn terugreis
was precies goed.
Ik kan deze brief niet eindigen voordat ik u
vertel dat er nogal wat worstelingen zijn
voorafgegaan aan mijn reis naar Rwanda. Maar
prijst God, Hij heeft alles ten goede
gekeerd en het zelfs mogelijk gemaakt dat ik
op de tv kwam. Sommigen van u hebben de
uitzending van “Antenne” vast wel gezien. Al
deze dingen hebben mijn geloof in God enorm
versterkt! Het is wonderbaar te zien en te
ervaren hoe God alle dingen leidt. Mijn reis
naar Rwanda heeft bewezen dat ik al flink
Europees ben geworden. Ik kon de Afrikaanse
warmte niet zo goed meer verdragen. Een dag
na mijn aankomst waren mijn lippen al
helemaal gebarsten door de zon. Ook had ik
wat maagproblemen door de
klimaatsverandering en het andere eten. Ik
ben niet echt heel erg ziek geweest. God
heeft mij beschermd, ook voor malaria.
De tijd die ik had was te kort om iedereen
te zien. Aan de andere kant was het een
lange tijd om zonder mijn gezin te zijn en
natuurlijk om een ieder van u te zien. Tot
slot willen wij van deze gelegenheid gebruik
maken om een ieder van u te danken voor uw
gebeden, ondersteuning en vriendschap. Moge
God u rijkelijk zegenen en de goede
verlangens van uw hart vervullen in dit
nieuwe jaar. We houden van u.
Familie Gatete.
Door deze reis werd het hart van Peter
bewogen om iets voor zijn landgenoten te
gaan doen. Zo werd de Stichting Rwandese
Gemeenschap in Nederland opgericht. Later
werd de naam hiervan gewijzigd in “Stichting
Geloof, Hoop en Liefde”, vanwege de
duidelijk christelijke signatuur van de
stichting. In oktober 1995 bij de oprichting
van de stichting “Geloof, Hoop en Liefde”
schrijft Peter over zijn visie:
Het ontstaan van een visie. Enkhuizen, 31
oktober 1995
De afgelopen maanden is Rwanda veel in het
nieuws geweest. In april 1994 werden meer
dan een half miljoen mensen, waaronder
vrouwen en kinderen, op brute wijze
afgeslacht met hakmessen en stokken, vaak
door hun eigen buren. Het is moeilijk om je
de omvang van dit bloedvergieten en de
daaruit voortvloeiende chaos voor te
stellen, te meer daar dit gehele drama zich
slechts in een tijdsperiode van luttele
weken heeft afgespeeld. Buren, die elkaar
afslachtten, zonder het gebruik van moderne
wapens. Het resultaat was de droevige balans
van naar schatting een miljoen weeskinderen
en veel oudere mensen, die alleen overbleven
zonder enige vorm van inkomen. Ook zijn er
nu talloze weduwen, daar veel jonge mannen
vochten in de oorlog en daarbij hun leven
verloren. Veel jonge vrouwen en meisjes
werden verkracht en zitten nu met ongewenste
kinderen.
Deze kinderen krijgen vaak geen hulp en er
is niemand die voor ze zorgt.
Veel Nederlanders hadden zelfs nog nooit van
Rwanda gehoord. Wij kunnen nauwelijks
bevatten hoe zo'n moordpartij in de 20e eeuw
in zo'n klein landje heeft kunnen
plaatsvinden. Het lijkt onwerkelijk. Voor
mij is het echter wel echt en het raakt aan
mij. Veel van de mensen, die in de oorlog
gesneuveld zijn, zijn mijn familie en
vrienden. Mijn enige broer is
hoogstwaarschijnlijk ook gestorven, alhoewel
dit nog niet officieel bevestigd is.
Ik herinner mij, dat toen ik als kind
opgroeide in Rwanda, huizen in brand
gestoken werden en hoe ik moest vluchten
naar de dichtstbijzijnde kerk. Ik herinner
mij de jaren, dat wij als vluchtelingen
leefden in Oeganda onder het schrikbewind
van Idi Amin en Obote. Ik heb lijden
meegemaakt en veel tragedie, vernietiging en
pijn, maar op een of andere manier heb ik
overleefd. De afgelopen negen jaar woon ik
in Nederland, comfortabel en in alle rust.
Maar ik heb mij lange tijd afgevraagd:
Waarom ben ik hier? Waar leef ik voor?
Waarom heeft God mij beschermd? Ik had al
lang dood moeten zijn! Sinds het afgelopen
jaar zijn vele dingen duidelijk geworden.
God heeft mij geroepen om Hem te dienen door
de mensen in Rwanda te dienen, en wellicht
ook mensen op andere plaatsen, die lijden.
Daarom hebben mijn vrouw en ik samen met
andere vrienden deze organisatie opgericht.
De taak is eigenlijk veel te groot voor mij,
maar ik geloof dat God een doel met dit
alles heeft en Hem kunnen wij vertrouwen.
Het is onze stellige overtuiging, dat alleen
wanneer mensen in Rwanda Jezus zullen kennen
als hun Redder, zij in staat zullen zijn
elkander te vergeven en zodoende de
eindeloze cyclus van haat, bitterheid en
moord te doorbreken.
Op dit moment werken wij, zoals wellicht
bekend, samen met Kinderhulp Afrika, die
twee weeshuizen runt, in Oeganda en in
Butare in Rwanda. De gezamenlijke kosten
voor deze weeshuizen bedragen ca. USD.
8000,-per maand. Ons is gevraagd om op
termijn het weeshuis in Rwanda over te
nemen. Op dit moment bezitten wij nog niet
de financiële draagkracht daarvoor. Wel
ondersteunen wij zoveel mogelijk. Onze visie
is echter om in samenwerking met de Rwandese
kerken in de omgeving van het dit project te
runnen.
Ons lange termijn doel is te komen tot het
punt, waarop wij dit project loslaten en de
kerken, de mensen uit Rwanda zelf dus, het
verder opnemen, zonder hulp van buitenaf. De
ander helpen zichzelf te helpen.
Op korte termijn stellen wij ons tot doel om
geld in te zamelen voor voedsel, kleding en
medicijnen.
Voorts christelijke zorg, liefde en training
van stafmedewerkers. Op den duur meer
weeshuizen, leraren, medisch personeel,
training etc.
Dit is een kritische tijd voor Rwanda en in
het bijzonder voor de een miljoen ouderloze
kinderen, zonder hoop. Wij hebben uw hulp
nodig; zij hebben uw hulp nodig. Ons doel is
om geloof, hoop en liefde te brengen. Wij
willen nu tegemoet komen aan de geestelijke
en materiële noden van de weduwen, wezen en
andere behoeftigen in Rwanda. Zelfs wanneer
alles goed gaat is de gemiddelde levensduur
in Rwanda slechts 50 jaar. Wij hopen en
bidden door God gebruikt te worden tot zegen
voor de mensen in Rwanda en later wellicht
ook elders in de wereld. Dat mensen redding,
genezing, vrede en eeuwig leven door Jezus
Christus zullen mogen vinden.
Mijn persoonlijke motivatie om dit werk te
doen kort samengevat:
1) Mijn persoonlijke ervaring, gebaseerd op
mijn achtergrond als vluchteling. Door mijn
eigen ervaring met lijden ben ik in staat om
mij in de nood van veel van deze mensen te
verplaatsen.
2) Mijn bewogenheid, gebaseerd op geloof,
hoop, liefde en vergeving, welke ik zelf
gevonden heb in Jezus Christus.
3) De bemoediging die ik ontvang van mijn
teamleden.
Namens de Stichting “Geloof, Hoop en Liefde”
Peter A. Gatete, voorzitter.
Onze eerste activiteit in Rwanda bestond uit
steun aan weeshuizen. Aanvankelijk hebben
wij enige tijd samengewerkt met de Stichting
“Kinderhulp Afrika”. Zij runden twee
weeshuizen, één in Rwanda. Om verschillende
redenen hebben wij echter verkozen om eigen
projecten op te gaan starten.
Ons eerste eigen project:
Tijdens een oriëntatiereis in 1996 kwamen
wij in contact met de URUNANA-Association.
Tien vrouwen, waaronder een zus van Peter
Gatete, hebben zich verenigd met als doel:
winstgevende ontwikkeling door samenwerking.
Zij huren een werkruimte en enkele
naaimachines en zij houden zich bezig met
het vervaardigen van kinderkleding, japonnen
en tafelkleedjes. Wat deze vrouwen nodig
hadden was scholing, naailes, en geld om
meerdere naaimachines te kunnen huren,
naaimaterialen en stoffen. Wij besloten
fondsen te gaan werven om dit mogelijk te
maken. Deze vrouwen hadden allen 1-4
weeskinderen geadopteerd. In een
afzonderlijk project hebben wij de zorg voor
deze 25 weeskinderen op ons genomen voor de
duur van de opleiding van deze vrouwen. Dit
project heeft de grondslag gelegd voor onze
latere naaischool. In de financiering van
dit project hebben wij samengewerkt met de
“Wilde Ganzen”, die de inkomende gelden van
collecte en sponsors verdubbelden. De “Wilde
Ganzen” steunen kleinschalige projecten in
ontwikkelingslanden.
Uit de URUNANA ASSOCIATION is in 1996 de
“Association Hope” ontstaan. Deze is de
derde poot van onze stichting, gevestigd in
Rwanda. Zij houdt zich bezig met de keuze
van projecten in overleg met “Nederland”.
Voorts draagt zij zorg voor de uitvoering
van de projecten in Rwanda, boekhouding,
verslaglegging, organisatie, controle etc.
De eerste jaren zijn wij voornamelijk bezig
geweest met dit uitgroeiende project van
naailessen. Wij hadden een lerares
aangetrokken. Het aantal leerlingen steeg.
Met name ook uit de weeskinderen wilden
velen leren naaien. Wij wilden gaan voorzien
in een eigen onderkomen. Het gebouwtje wat
wij hiervoor aangekocht hadden, wat stond
aan een belangrijke doorgangsweg naar
Kigali, de hoofdstad van Rwanda, werd door
de regering afgekeurd als zijnde niet
representatief, waardoor wij gedwongen
werden tot nieuwbouw. Dit was een hele stap
voor een kleine stichting, maar we hebben op
God vertrouwd en werden van alle kanten
geholpen. M.b.v. de “Wilde Ganzen”, ncdo
(Nationale commissie voor duurzame
samenwerking en ontwikkeling) en
“Metterdaad” van de E.O. Hebben wij twee
gebouwtjes voor onze “naaischool” kunnen
optrekken. Voorts moest er nog hekwerk
omheen komen en de bestrating moest worden
verzorgd.
Eind 2000 zijn wij een projectje opgestart
voor een minibus om onze leerlingen naar de
naaischool te kunnen vervoeren, omdat de
afstand te groot is om te lopen. Deze
minibus zou dan ook als “matatu”,
minibustaxi, kunnen fungeren en zo zijn
kosten kunnen opbrengen. Middels onze
jaarcollecte in Enkhuizen, welke verdubbeld
werd door de ncdo, hebben wij dit snel
kunnen realiseren en reed de bus eind
februari 2001.
In 2001 zijn hadden wij voor een project te
starten, waarin 30 weeskinderen zich een
inkomen zouden verschaffen middels kleine
handeltjes. Zij zouden houtskool verkopen,
nog alom gebruikte brandstof in Rwanda,
verder levensmiddelen als aardappelen,
rijst, maïs, noten, bonen, tomaten, uien en
wortelen. Zij zouden vanuit verplaatsbare
kiosken zaken kunnen verkopen als koek en
snoep, biscuits, cakes, brood, lucifers,
batterijen, pennen, zeep, schriften voor
school, tassen etc., of ze zouden melk en
melkproducten aan de man kunnen brengen,
frisdranken en snacks en tenslotte
tweedehands artikelen zoals gedragen
kleding. Wij zouden voor elk van deze
jongeren in een startkapitaal willen
voorzien. Helaas is dit project niets
geworden omdat wij er geen sponsors voor
konden vinden.
Wij zijn in de loop der jaren natuurlijk
regelmatig naar Rwanda geweest om onze
naaischool en de weeskinderen onder onze
hoede te bezoeken. Zo ook in 2001. In dit
jaar kwamen wij in contact met een koor
“Impanda”, “De Bazuin”. De 25 vrouwen van
dit koor wilden zich verenigen in een
coöperatie om groenten te verkopen. Dit werd
ons nieuwe project. Wij hebben voorzien in
fondsen voor de inkoop van groentes, een
ruimte gehuurd voor opslag en verkoop en
voorzien in noodzakelijke attributen voor de
winkel, zoals weegschalen. In eerste
instantie is dit project niet winstgevend
geweest door de invloed van
tussenhandelaren, slechte oogsten vanwege
weerscondities, waardoor de inkoopprijzen
omhoog schoten en de hoge huurprijzen van de
“winkel” en de opslag. Later hebben wij de
tussenhandel vermeden en zijn rechtstreeks
gaan inkopen van de telers. Uiteindelijk
bleek huis aan huis verkoop veel beter te
werken als vanuit een winkel en werd het
project winstgevend en is het draaiend tot
op dit moment. De mensen die hun
startkapitaal vanuit dit fonds hebben
gekregen moeten periodiek een bedrag
afdragen. Dit geld wordt gebruikt om de van
allerarmsten een kans te bieden om middels
een startkapitaal in dit project te
participeren.
In de loop der tijd werd ook duidelijk dat
de leerlingen van onze naaischool na hun
opleiding verder geholpen moesten worden.
Een diploma was geenszins een garantie voor
het vinden van een baan. Om voor zichzelf te
kunnen gaan beginnen hebben zij een
naaimachine en een startkapitaal nodig en
hiervoor zijn wij ons hard gaan maken. Eind
2003 bereikt de eerste zending van 30
gereviseerde naaimachines vanuit Nederland
Rwanda. Wij hebben hierin samengewerkt met
de Stichting “Derde Wereld Werkplaats” uit
Teteringen bij Breda. Zij hebben ook het
vervoer voor ons geregeld per schip. Zo
konden wij verschillende gediplomeerden blij
maken met een eigen machine en een
startkapitaal. Een tiental naaimachines was
bestemd voor de naaischool ter uitbreiding
en vervanging van defect materiaal. De
naaischool is een stukje structurele hulp
geworden. Wij hebben ons eraan verbonden om
de naaischool te blijven exploiteren. Met
name de jaarcollecte in Enkhuizen is steeds
voor alle kosten van de naaischool. Zo is
een naaicursus aan enkele weduwen
uitgegroeid tot een naaischool, een
hulpprojectje geworden tot een stuk
structurele hulp. Op de naaischool is
momenteel plaats voor zo'n dertig
leerlingen.
In 2003 waren wij ook voornemens een kleine
eetgelegenheid te beginnen in Kigali,
Rwanda. Dit project sprak blijkbaar zeer tot
de verbeelding, want in zeer korte tijd
mochten we de benodigde fondsen hiervoor
binnen krijgen. In Rwanda blijk je een te
huren pand soms zelf te moeten verbouwen.
Met ons pand voor het restaurant werden wij
hier ook mee geconfronteerd. Zo duurde het
tot 2004 voor ons “restaurant” kon worden
geopend. In de loop van de tijd hebben wij
heel wat besognes gehad rond het restaurant
en voor ons westerlingen niet te begrijpen
situaties, maar het restaurant leeft nog.
In 2004 gaat door een erfenis de hartenwens
van onze voorzitter, Peter Gatete, in
vervulling om één keer met zijn hele gezin
naar Rwanda te kunnen gaan. Zij gaan samen
met een delegatie van de stichting. Tijdens
hun verblijf wordt er een computer
geïnstalleerd op de naaischool, een
geweldige gift van de kerkelijke gemeente
van een van onze bestuursleden, Bas Roemers.
Zo wordt de communicatie met Association
Hope en de naaischool sterk verbeterd.
Wederom worden vijftig naaimachines dit jaar
naar Rwanda verscheept via de voornoemde
Stichting “Derde Wereld Werkplaats” bestemd
voor gediplomeerden en voor de naaischool
zelf.
De projecten van het “restaurant” en van de
coöperatie voor de verkoop van groenten
moeten nu op eigen benen verder en worden
als afgerond beschouwd.
Tijdens ons verblijf in Rwanda dit jaar is
sympathie ontstaan voor een Aids-project,
waarin met name kinderen worden geholpen.
Voor de duur van twee jaar besloten wij een
deel van dit project voor onze rekening te
nemen. In ons nieuwe project willen wij de
kosten gaan betalen voor een groep van 64
kinderen/jongeren. Vierenveertig kinderen
willen wij helpen om naar de basisschool te
kunnen gaan. Twintig jongeren willen wij in
de gelegenheid stellen om vakonderricht te
krijgen. Naast schoolgelden hebben zij
schooluniformen nodig, welke verplicht zijn
in Rwanda, voorts boeken en
schrijfmaterialen. In samenwerking met de
stichting “Edukans, die zich speciaal richt
op educatie van kansarmen in de Derde
Wereld, zijn wij dit project gestart.
In 2005 zijn wij bezig fondsen te werven
voor het project van de Aids-kinderen. Dit
jaar bezocht Frans Nijhof, een van onze
bestuursleden, wederom Rwanda, op
uitnodiging van verschillende kerkelijke
gemeenten in Rwanda. Frans is een voormalig
zendeling en prediker. Onze stichting is
niet alleen bezig met materiële hulp, maar
wil vooreerst de kerk van Rwanda
ondersteunen.
Onze visie is geestelijk. Hieronder zal
Frans verslag doen voor geïnteresseerden van
wat wij op geestelijk gebied hebben mogen
realiseren in Rwanda sinds 1994.
2006 Wij werven fondsen voor een nieuwe
zending naaimachines dit jaar.
Tijdens een onverwacht bezoek van Peter
Gatete en zijn vrouw aan Rwanda vanwege het
overlijden van Peters moeder, komt Peter in
aanraking met een kapper. Deze is bereid om
les te geven en zo jongeren het vak te
leren. Met het oog hierop willen wij hem
helpen om een start te maken met een eigen
zaak. In onze nieuwsbrief van april 2006
wordt hier gewag van gemaakt. Ook hiervoor
werven wij fondsen. |