|
Hoe alles begon:
Eind 1994 was er
een groot verlangen in het hart van Peter Gatete, een geboren
Rwandees, die reeds lang in Nederland woonachtig is, om het door de
oorlog geteisterde Rwanda te bezoeken en zijn familie weer te zien.
Dit kwam op wonderlijke wijze tot stand. Peter schrijft daarover in
een eerste nieuwsbrief enkele weken na zijn thuiskomst uit Rwanda:
Jesaja 55: 8-9
Want mijn
gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen,
luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de
aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan
uw gedachten.
Enkhuizen, 14
januari 1995
Hier is dan de
nieuwsbrief, waar u misschien op gewacht heeft. Vergeef me, dat de
brief een beetje laat is. Ik ben namelijk al vier weken terug, maar
toen ik thuiskwam had ik het al meteen heel druk, met name de eerste
twee weken. Ik ben blij dat ik nu eindelijk kan schrijven over mijn
reis naar Rwanda welke mogelijk is gemaakt door uw giften en gebed.
Ik kan niet verder gaan voordat ik u eerst vertel hoe God me geleid
heeft om u om financiële hulp te vragen. Het was niet makkelijk voor
mij dit te doen, omdat er trots in mijn hart was en ik niet om geld
wilde bedelen.
Op een dag sprak mijn vrouw met een broeder in de Heer. Hij stelde
voor dat ik een brief aan mijn vrienden zou sturen en daarin om een
bijdrage zou vragen voor mijn reis. Ik had er geen vrede over, maar
op een dag, toen ik bad, kwam er een bijbelvers in mijn gedachten,
nl. 1Cor.4: 7a. Hier zegt Paulus: Wat heb jij, dat je niet ontvangen
hebt? Toen was het mij duidelijk dat het zuiver de genade van God is
dat ik heb, wat ik heb. Dit moedigde mij aan om geld te vragen. De
Here zegene u rijkelijk voor uw snelle reactie. Niet lang nadat ik
de brief verstuurd had, was er voldoende geld voor een ticket naar
Rwanda. Maar toen had ik er nog geen vrede over wanneer ik zou gaan.
Mijn vrouw zei dat ik een vertrekdatum moest vaststellen en een
ticket moest boeken. Nog steeds voelde ik mij er niet klaar voor.
Rond deze tijd werd mijn vrouw gebeld door iemand van de E.O. Na een
lang gesprek werd er voorgesteld dat we de mevrouw die belde met
haar echtgenoot op bezoek zouden krijgen om met elkaar verder te
spreken. Een zuster in de Heer had een kopie van onze nieuwsbrief
naar de E.O. gestuurd. Zo bezochten zij ons en hadden wij een lang
gesprek. Kort daarna werden wij gebeld. Men wilde samen met mij met
een team naar Rwanda gaan om een film over mijn bezoek daar te
maken. Het een en ander ging razend snel en in minder dan twee
maanden was alles klaar voor het team en mij om te vertrekken. De
E.O. gaf de vertrekdatum aan en vertelde mij dat ze mijn ticket
zouden betalen. Ik hoop dat u nu begrijpt waarom Gods wegen hoger
zijn dan de mijne!
U had mij geld gegeven en dus had ik nu een probleem. Ik vroeg God
wat ik ermee moest doen. Ik had er vrede over om het geld mee te
nemen. Graag vertel ik u hoe het geld besteed is. Ik had een
paspoort nodig, vaccinaties, medicijnen om mee te nemen. Hiernaast
wilde ik verschillende dingen voor mijn familie meenemen zoals zeep,
tandpasta, melkpoeder, suiker e.d. Misschien heeft u wel op tv
gezien hoe haast geen enkel huis in Rwanda, met name in de hoofdstad
Kigali, meer sluitende deuren heeft. Om verschillende redenen werden
alle huizen opengeschoten tijdens de oorlog. Mijn moeders huis had
geen enkele deur meer die kon sluiten en zo zocht ik iemand om de
deuren te repareren. Het huis van mijn moeder had elektriciteit,
maar tijdens de oorlog zijn alle stopcontacten, lampen en de hele
bedrading verwoest. Ook dit liet ik iemand repareren en nu is er
weer stroom. Voorts was aan een kant het dak kapot door kogels. Dit
gedeelte van het huis kon niet gebruikt worden als het regende en er
kon ook niet geslapen worden. Ook dit liet ik repareren en zo woont
mijn moeder weer in een veilig huis. Vlak voor mijn vertrek had de
nieuwe regering nog geen systeem bedacht, hoe ze de mensen kosten
voor huur, water en elektriciteit in rekening moesten brengen. Zo
had mijn moeder tot dan toe nog niets van dit alles betaald.
Hiervoor heb ik mijn moeder ook geld gegeven. Voorts heb ik wat geld
als zakgeld gebruikt voor vervoer en maaltijden. Momenteel is Rwanda
een heel duur land. Ik had een staafje cacaoboter nodig. Hier kost
dat misschien twee gulden, daar betaalde ik elf Dollar! Door uw
giften heb ik al het bovenstaande kunnen doen. Heel hartelijk dank,
ook namens mijn familie in Rwanda. Mijn familie is zeer bemoedigd.
Mijn bezoek was werkelijk een zegen en ik ben God dankbaar.
Ik was zo blij mijn moeder en de rest van de familie weer te zien.
Maar het was ook speciaal om mijn geboortegrond voor de eerste keer
te zien en met name het huis waarin ik geboren ben. Daar woont de
man, die in 1959 door God werd gebruikt om ons gezin te helpen
vluchten tijdens de massamoorden, die ook toen plaatsvonden. Deze
moordpartijen waren bijna net zo erg als die welke we pas hebben
meegemaakt. Het verschil is dat er toen nog geen CNN was. Het was
bemoedigend om te zien hoe men het dagelijks leven weer oppikt, maar
er zal wel tijd over heen gaan en het zal veel inspanning kosten
voor Rwanda weer enigszins geestelijk herstelt. Ik bevond dat van
Tutsi families, die gemakkelijk uit zo'n vijftig personen bestaan er
soms nog twee tot vijf over zijn. Ook kwam ik gevallen tegen, waar
nog maar één persoon van de hele familie in leven was. Het was niet
makkelijk om aan te horen, wat deze mensen te vertellen hadden.
Ook was ik in de gelegenheid om een aantal weeshuizen te bezoeken.
Ik sprak zowel met de leiding als met de kinderen. Veel kinderen
konden niet slapen vanwege alle vreselijke dingen, die ze hadden
gehoord en gezien. De kinderen die wel konden slapen schreeuwden
vaak in hun slaap vanwege nachtmerries. U kunt zich voorstellen wat
het voor een kind moet betekenen om te zien dat je vader of moeder
in stukken wordt gehouwen en zo de dood vindt. Veel kinderen
ontsnapten ternauwernood. Velen waren gewond op verschillende
plaatsen. Sommigen misten een been, anderen zelfs beide benen.
Alstublieft, gedenk deze kinderen in uw gebeden.
Ik bezocht diverse kerken en was bemoedigd te zien hoe de mensen een
weg naar binnen probeerden te vinden. Soms stonden de mensen tot op
straat omdat de kerk tjokvol was. Maar ook was er zo'n zalving dat
de mensen gewoon van hun zonden overtuigd werden. Ze kwamen naar
voren voor gebed en gaven hun leven aan God. Het gezang in de kerken
en de preken waren simpel en vol vreugde, zodat het heerlijk was om
in de kerk te zijn.
De tijd brak aan dat ik weer terug moest. Ik reisde van Rwanda naar
Oeganda, om vanuit Oeganda terug te vliegen. Ik reisde met een van
mijn zussen in een matatu (minibus). Ongeveer halverwege op weg naar
Kampala, onze eindbestemming, ontdekte zij, dat haar koffer met al
haar bezittingen weg was. Deze moet van het dak van de matatu zijn
gevallen of gestolen. Toen ik mij realiseerde dat zij nu niets meer
had, gaf ik haar het overgebleven geld, zodat zij kon kopen wat ze
nodig had.
Prijs de Heer,
Hij heeft mij veilig geleid. Eén dag nadat ik was aangekomen in
Oeganda, stortte de verbindingsbrug tussen Rwanda en Oeganda in. Gods
timing voor mijn terugreis was precies goed.
Ik kan deze brief niet eindigen voordat ik u vertel dat er nogal wat
worstelingen zijn voorafgegaan aan mijn reis naar Rwanda. Maar prijst
God, Hij heeft alles ten goede gekeerd en het zelfs mogelijk gemaakt
dat ik op de tv kwam. Sommigen van u hebben de uitzending van
“Antenne” vast wel gezien. Al deze dingen hebben mijn geloof in God
enorm versterkt! Het is wonderbaar te zien en te ervaren hoe God
alle dingen leidt. Mijn reis naar Rwanda heeft bewezen dat ik al
flink Europees ben geworden. Ik kon de Afrikaanse warmte niet zo
goed meer verdragen. Een dag na mijn aankomst waren mijn lippen al
helemaal gebarsten door de zon. Ook had ik wat maagproblemen door de
klimaatsverandering en het andere eten. Ik ben niet echt heel erg
ziek geweest. God heeft mij beschermd, ook voor malaria.
De tijd die ik had was te kort om iedereen te zien. Aan de andere
kant was het een lange tijd om zonder mijn gezin te zijn en
natuurlijk om een ieder van u te zien. Tot slot willen wij van deze
gelegenheid gebruik maken om een ieder van u te danken voor uw
gebeden, ondersteuning en vriendschap. Moge God u rijkelijk zegenen
en de goede verlangens van uw hart vervullen in dit nieuwe jaar. We
houden van u.
Familie Gatete.
Door deze reis
werd het hart van Peter bewogen om iets voor zijn landgenoten te
gaan doen. Zo werd de Stichting Rwandese Gemeenschap in Nederland
opgericht. Later werd de naam hiervan gewijzigd in “Stichting
Geloof, Hoop en Liefde”, vanwege de duidelijk christelijke signatuur
van de stichting. In oktober 1995 bij de oprichting van de stichting
“Geloof, Hoop en Liefde” schrijft Peter over zijn visie:
Het ontstaan van
een visie. Enkhuizen, 31 oktober 1995
De afgelopen maanden is Rwanda veel in het nieuws geweest. In april
1994 werden meer dan een half miljoen mensen, waaronder vrouwen en
kinderen, op brute wijze afgeslacht met hakmessen en stokken, vaak
door hun eigen buren. Het is moeilijk om je de omvang van dit
bloedvergieten en de daaruit voortvloeiende chaos voor te stellen,
te meer daar dit gehele drama zich slechts in een tijdsperiode van
luttele weken heeft afgespeeld. Buren, die elkaar afslachtten,
zonder het gebruik van moderne wapens. Het resultaat was de droevige
balans van naar schatting een miljoen weeskinderen en veel oudere
mensen, die alleen overbleven zonder enige vorm van inkomen. Ook
zijn er nu talloze weduwen, daar veel jonge mannen vochten in de
oorlog en daarbij hun leven verloren. Veel jonge vrouwen en meisjes
werden verkracht en zitten nu met ongewenste kinderen.
Deze kinderen
krijgen vaak geen hulp en er is niemand die voor ze zorgt.
Veel Nederlanders hadden zelfs nog nooit van Rwanda gehoord. Wij
kunnen nauwelijks bevatten hoe zo'n moordpartij in de 20e eeuw in
zo'n klein landje heeft kunnen plaatsvinden. Het lijkt onwerkelijk.
Voor mij is het echter wel echt en het raakt aan mij. Veel van de
mensen, die in de oorlog gesneuveld zijn, zijn mijn familie en
vrienden. Mijn enige broer is hoogstwaarschijnlijk ook gestorven,
alhoewel dit nog niet officieel bevestigd is.
Ik herinner mij, dat toen ik als kind opgroeide in Rwanda, huizen in
brand gestoken werden en hoe ik moest vluchten naar de
dichtstbijzijnde kerk. Ik herinner mij de jaren, dat wij als
vluchtelingen leefden in Oeganda onder het schrikbewind van Idi Amin
en Obote. Ik heb lijden meegemaakt en veel tragedie, vernietiging en
pijn, maar op een of andere manier heb ik overleefd. De afgelopen
negen jaar woon ik in Nederland, comfortabel en in alle rust. Maar
ik heb mij lange tijd afgevraagd: Waarom ben ik hier? Waar leef ik
voor? Waarom heeft God mij beschermd? Ik had al lang dood moeten
zijn! Sinds het afgelopen jaar zijn vele dingen duidelijk geworden.
God heeft mij geroepen om Hem te dienen door de mensen in Rwanda te
dienen, en wellicht ook mensen op andere plaatsen, die lijden.
Daarom hebben mijn vrouw en ik samen met andere vrienden deze
organisatie opgericht. De taak is eigenlijk veel te groot voor mij,
maar ik geloof dat God een doel met dit alles heeft en Hem kunnen
wij vertrouwen. Het is onze stellige overtuiging, dat alleen wanneer
mensen in Rwanda Jezus zullen kennen als hun Redder, zij in staat
zullen zijn elkander te vergeven en zodoende de eindeloze cyclus van
haat, bitterheid en moord te doorbreken.
Op dit moment werken wij, zoals wellicht bekend, samen met
Kinderhulp Afrika, die twee weeshuizen runt, in Oeganda en in Butare
in Rwanda. De gezamenlijke kosten voor deze weeshuizen bedragen ca.
USD. 8000,-per maand. Ons is gevraagd om op termijn het weeshuis in
Rwanda over te nemen. Op dit moment bezitten wij nog niet de
financiële draagkracht daarvoor. Wel ondersteunen wij zoveel
mogelijk. Onze visie is echter om in samenwerking met de Rwandese
kerken in de omgeving van het dit project te runnen.
Ons lange termijn doel is te komen tot het punt, waarop wij dit
project loslaten en de kerken, de mensen uit Rwanda zelf dus, het
verder opnemen, zonder hulp van buitenaf. De ander helpen zichzelf
te helpen.
Op korte termijn
stellen wij ons tot doel om geld in te zamelen voor voedsel, kleding
en medicijnen.
Voorts
christelijke zorg, liefde en training van stafmedewerkers. Op den
duur meer weeshuizen, leraren, medisch personeel, training etc.
Dit is een kritische tijd voor Rwanda en in het bijzonder voor de
een miljoen ouderloze kinderen, zonder hoop. Wij hebben uw hulp
nodig; zij hebben uw hulp nodig. Ons doel is om geloof, hoop en
liefde te brengen. Wij willen nu tegemoet komen aan de geestelijke
en materiële noden van de weduwen, wezen en andere behoeftigen in
Rwanda. Zelfs wanneer alles goed gaat is de gemiddelde levensduur in
Rwanda slechts 50 jaar. Wij hopen en bidden door God gebruikt te
worden tot zegen voor de mensen in Rwanda en later wellicht ook
elders in de wereld. Dat mensen redding, genezing, vrede en eeuwig
leven door Jezus Christus zullen mogen vinden.
Mijn persoonlijke motivatie om dit werk te doen kort samengevat:
1) Mijn
persoonlijke ervaring, gebaseerd op mijn achtergrond als
vluchteling. Door mijn eigen ervaring met lijden ben ik in staat om
mij in de nood van veel van deze mensen te verplaatsen.
2) Mijn
bewogenheid, gebaseerd op geloof, hoop, liefde en vergeving, welke
ik zelf gevonden heb in Jezus Christus.
3) De bemoediging
die ik ontvang van mijn teamleden.
Namens de Stichting “Geloof, Hoop en Liefde”
Peter A. Gatete, voorzitter.
Onze eerste
activiteit in Rwanda bestond uit steun aan weeshuizen. Aanvankelijk
hebben wij enige tijd samengewerkt met de Stichting “Kinderhulp
Afrika”. Zij runden twee weeshuizen, één in Rwanda. Om verschillende
redenen hebben wij echter verkozen om eigen projecten op te gaan
starten.
Ons eerste eigen project:
Tijdens een
oriëntatiereis in 1996 kwamen wij in contact met de
URUNANA-Association. Tien vrouwen, waaronder een zus van Peter
Gatete, hebben zich verenigd met als doel: winstgevende
ontwikkeling door samenwerking. Zij huren een werkruimte en enkele
naaimachines en zij houden zich bezig met het vervaardigen van
kinderkleding, japonnen en tafelkleedjes. Wat deze vrouwen nodig
hadden was scholing, naailes, en geld om meerdere naaimachines te
kunnen huren, naaimaterialen en stoffen. Wij besloten fondsen te
gaan werven om dit mogelijk te maken. Deze vrouwen hadden allen 1-4
weeskinderen geadopteerd. In een afzonderlijk project hebben wij de
zorg voor deze 25 weeskinderen op ons genomen voor de duur van de
opleiding van deze vrouwen. Dit project heeft de grondslag gelegd
voor onze latere naaischool. In de financiering van dit project
hebben wij samengewerkt met de “Wilde Ganzen”, die de inkomende
gelden van collecte en sponsors verdubbelden. De “Wilde Ganzen”
steunen kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden.
Uit de URUNANA ASSOCIATION is in 1996 de “Association Hope”
ontstaan. Deze is de derde poot van onze stichting, gevestigd in
Rwanda. Zij houdt zich bezig met de keuze van projecten in overleg
met “Nederland”. Voorts draagt zij zorg voor de uitvoering van de
projecten in Rwanda, boekhouding, verslaglegging, organisatie,
controle etc.
De eerste jaren zijn wij voornamelijk bezig geweest met dit
uitgroeiende project van naailessen. Wij hadden een lerares
aangetrokken. Het aantal leerlingen steeg. Met name ook uit de
weeskinderen wilden velen leren naaien. Wij wilden gaan voorzien in
een eigen onderkomen. Het gebouwtje wat wij hiervoor aangekocht
hadden, wat stond aan een belangrijke doorgangsweg naar Kigali, de
hoofdstad van Rwanda, werd door de regering afgekeurd als zijnde
niet representatief, waardoor wij gedwongen werden tot nieuwbouw.
Dit was een hele stap voor een kleine stichting, maar we hebben op
God vertrouwd en werden van alle kanten geholpen. M.b.v. de “Wilde
Ganzen”, ncdo (Nationale commissie voor duurzame samenwerking en
ontwikkeling) en “Metterdaad” van de E.O. Hebben wij twee gebouwtjes
voor onze “naaischool” kunnen optrekken. Voorts moest er nog
hekwerk omheen komen en de bestrating moest worden verzorgd.
Eind 2000 zijn wij een projectje opgestart voor een minibus om onze
leerlingen naar de naaischool te kunnen vervoeren, omdat de afstand
te groot is om te lopen. Deze minibus zou dan ook als “matatu”,
minibustaxi, kunnen fungeren en zo zijn kosten kunnen opbrengen.
Middels onze jaarcollecte in Enkhuizen, welke verdubbeld werd door
de ncdo, hebben wij dit snel kunnen realiseren en reed de bus eind
februari 2001.
In 2001 zijn hadden wij voor een project te starten, waarin 30
weeskinderen zich een inkomen zouden verschaffen middels kleine
handeltjes. Zij zouden houtskool verkopen, nog alom gebruikte
brandstof in Rwanda, verder levensmiddelen als aardappelen, rijst,
maïs, noten, bonen, tomaten, uien en wortelen. Zij zouden vanuit
verplaatsbare kiosken zaken kunnen verkopen als koek en snoep,
biscuits, cakes, brood, lucifers, batterijen, pennen, zeep,
schriften voor school, tassen etc., of ze zouden melk en
melkproducten aan de man kunnen brengen, frisdranken en snacks en
tenslotte tweedehands artikelen zoals gedragen kleding. Wij zouden
voor elk van deze jongeren in een startkapitaal willen voorzien.
Helaas is dit project niets geworden omdat wij er geen sponsors voor
konden vinden.
Wij zijn in de loop der jaren natuurlijk regelmatig naar Rwanda
geweest om onze naaischool en de weeskinderen onder onze hoede te
bezoeken. Zo ook in 2001. In dit jaar kwamen wij in contact met een
koor “Impanda”, “De Bazuin”. De 25 vrouwen van dit koor wilden zich
verenigen in een coöperatie om groenten te verkopen. Dit werd ons
nieuwe project. Wij hebben voorzien in fondsen voor de inkoop van
groentes, een ruimte gehuurd voor opslag en verkoop en voorzien in
noodzakelijke attributen voor de winkel, zoals weegschalen. In
eerste instantie is dit project niet winstgevend geweest door de
invloed van tussenhandelaren, slechte oogsten vanwege weerscondities,
waardoor de inkoopprijzen omhoog schoten en de hoge huurprijzen van
de “winkel” en de opslag. Later hebben wij de tussenhandel vermeden
en zijn rechtstreeks gaan inkopen van de telers. Uiteindelijk bleek
huis aan huis verkoop veel beter te werken als vanuit een winkel en
werd het project winstgevend en is het draaiend tot op dit moment.
De mensen die hun startkapitaal vanuit dit fonds hebben gekregen
moeten periodiek een bedrag afdragen. Dit geld wordt gebruikt om de
van allerarmsten een kans te bieden om middels een startkapitaal in
dit project te participeren.
In de loop der tijd werd ook duidelijk dat de leerlingen van onze
naaischool na hun opleiding verder geholpen moesten worden. Een
diploma was geenszins een garantie voor het vinden van een baan. Om
voor zichzelf te kunnen gaan beginnen hebben zij een naaimachine en
een startkapitaal nodig en hiervoor zijn wij ons hard gaan maken.
Eind 2003 bereikt de eerste zending van 30 gereviseerde naaimachines
vanuit Nederland Rwanda. Wij hebben hierin samengewerkt met de
Stichting “Derde Wereld Werkplaats” uit Teteringen bij Breda. Zij
hebben ook het vervoer voor ons geregeld per schip. Zo konden wij
verschillende gediplomeerden blij maken met een eigen machine en een
startkapitaal. Een tiental naaimachines was bestemd voor de
naaischool
ter uitbreiding en vervanging van defect materiaal. De naaischool is
een stukje structurele hulp geworden. Wij hebben ons eraan
verbonden om de naaischool te blijven exploiteren. Met name de
jaarcollecte in Enkhuizen is steeds voor alle kosten van de
naaischool. Zo is een naaicursus aan enkele weduwen uitgegroeid tot
een naaischool, een hulpprojectje geworden tot een stuk structurele
hulp. Op de naaischool is momenteel plaats voor zo'n dertig
leerlingen.
In 2003 waren wij ook voornemens een kleine eetgelegenheid te
beginnen in Kigali, Rwanda. Dit project sprak blijkbaar zeer tot de
verbeelding, want in zeer korte tijd mochten we de benodigde fondsen
hiervoor binnen krijgen. In Rwanda blijk je een te huren pand soms
zelf te moeten verbouwen. Met ons pand voor het restaurant werden
wij hier ook mee geconfronteerd. Zo duurde het tot 2004 voor ons
“restaurant” kon worden geopend. In de loop van de tijd hebben wij
heel wat besognes gehad rond het restaurant en voor ons westerlingen
niet te begrijpen situaties, maar het restaurant leeft nog.
In 2004 gaat door een erfenis de hartenwens van onze voorzitter,
Peter Gatete, in vervulling om één keer met zijn hele gezin naar
Rwanda te kunnen gaan. Zij gaan samen met een delegatie van de
stichting. Tijdens hun verblijf wordt er een computer geïnstalleerd
op de naaischool, een geweldige gift van de kerkelijke gemeente van
een van onze bestuursleden, Bas Roemers. Zo wordt de communicatie
met Association Hope en de naaischool sterk verbeterd.
Wederom worden
vijftig naaimachines dit jaar naar Rwanda verscheept via de
voornoemde Stichting “Derde Wereld Werkplaats” bestemd voor
gediplomeerden en voor de naaischool zelf.
De projecten van
het “restaurant” en van de coöperatie voor de verkoop van groenten
moeten nu op eigen benen verder en worden als afgerond beschouwd.
Tijdens ons
verblijf in Rwanda dit jaar is sympathie ontstaan voor een
Aids-project, waarin met name kinderen worden geholpen. Voor de duur
van twee jaar besloten wij een deel van dit project voor onze
rekening te nemen. In ons nieuwe project willen wij de kosten gaan
betalen voor een groep van 64 kinderen/jongeren. Vierenveertig
kinderen willen wij helpen om naar de basisschool te kunnen gaan.
Twintig jongeren willen wij in de gelegenheid stellen om vakonderricht te
krijgen. Naast schoolgelden hebben zij schooluniformen nodig, welke
verplicht zijn in Rwanda, voorts boeken en schrijfmaterialen. In
samenwerking met de stichting “Edukans, die zich speciaal richt op
educatie van kansarmen in de Derde Wereld, zijn wij dit project
gestart.
In 2005 zijn wij bezig fondsen te werven voor het project van de
Aids-kinderen. Dit jaar bezocht Frans Nijhof, een van onze
bestuursleden, wederom Rwanda, op uitnodiging van verschillende
kerkelijke gemeenten in Rwanda. Frans is een voormalig zendeling en
prediker. Onze stichting is niet alleen bezig met materiële hulp,
maar wil vooreerst de kerk van Rwanda ondersteunen.
Onze visie is
geestelijk. Hieronder zal Frans verslag doen voor geïnteresseerden
van wat wij op geestelijk gebied hebben mogen realiseren in Rwanda
sinds 1994.
2006 Wij werven fondsen voor een nieuwe zending naaimachines dit jaar.
Tijdens een
onverwacht bezoek van Peter Gatete en zijn vrouw aan Rwanda vanwege
het overlijden van
Peters moeder, komt Peter in aanraking met een kapper. Deze is
bereid om les te geven en zo jongeren het vak te leren. Met het oog
hierop willen wij hem helpen om een start te maken met een eigen
zaak. In onze nieuwsbrief van april 2006 wordt hier gewag van
gemaakt. Ook hiervoor werven wij fondsen. |