Nieuws
Item 1
 
Item 2
 
Item 3
Item 4
 
Hoe alles begon:

Eind 1994 was er een groot verlangen in het hart van Peter Gatete, een geboren Rwandees, die reeds lang in Nederland woonachtig is, om het door de oorlog geteisterde Rwanda te bezoeken en zijn familie weer te zien. Dit kwam op wonderlijke wijze tot stand. Peter schrijft daarover in een eerste nieuwsbrief enkele weken na zijn thuiskomst uit Rwanda:

Jesaja 55: 8-9

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Enkhuizen, 14 januari 1995

Hier is dan de nieuwsbrief, waar u misschien op gewacht heeft. Vergeef me, dat de brief een beetje laat is. Ik ben namelijk al vier weken terug, maar toen ik thuiskwam had ik het al meteen heel druk, met name de eerste twee weken. Ik ben blij dat ik nu eindelijk kan schrijven over mijn reis naar Rwanda welke mogelijk is gemaakt door uw giften en gebed. Ik kan niet verder gaan voordat ik u eerst vertel hoe God me geleid heeft om u om financiële hulp te vragen. Het was niet makkelijk voor mij dit te doen, omdat er trots in mijn hart was en ik niet om geld wilde bedelen.


Op een dag sprak mijn vrouw met een broeder in de Heer. Hij stelde voor dat ik een brief aan mijn vrienden zou sturen en daarin om een bijdrage zou vragen voor mijn reis. Ik had er geen vrede over, maar op een dag, toen ik bad, kwam er een bijbelvers in mijn gedachten, nl. 1Cor.4: 7a. Hier zegt Paulus: Wat heb jij, dat je niet ontvangen hebt? Toen was het mij duidelijk dat het zuiver de genade van God is dat ik heb, wat ik heb. Dit moedigde mij aan om geld te vragen. De Here zegene u rijkelijk voor uw snelle reactie. Niet lang nadat ik de brief verstuurd had, was er voldoende geld voor een ticket naar Rwanda. Maar toen had ik er nog geen vrede over wanneer ik zou gaan. Mijn vrouw zei dat ik een vertrekdatum moest vaststellen en een ticket moest boeken. Nog steeds voelde ik mij er niet klaar voor. Rond deze tijd werd mijn vrouw gebeld door iemand van de E.O. Na een lang gesprek werd er voorgesteld dat we de mevrouw die belde met haar echtgenoot op bezoek zouden krijgen om met elkaar verder te spreken. Een zuster in de Heer had een kopie van onze nieuwsbrief naar de E.O. gestuurd. Zo bezochten zij ons en hadden wij een lang gesprek. Kort daarna werden wij gebeld. Men wilde samen met mij met een team naar Rwanda gaan om een film over mijn bezoek daar te maken. Het een en ander ging razend snel en in minder dan twee maanden was alles klaar voor het team en mij om te vertrekken. De E.O. gaf de vertrekdatum aan en vertelde mij dat ze mijn ticket zouden betalen. Ik hoop dat u nu begrijpt waarom Gods wegen hoger zijn dan de mijne!


U had mij geld gegeven en dus had ik nu een probleem. Ik vroeg God wat ik ermee moest doen. Ik had er vrede over om het geld mee te nemen. Graag vertel ik u hoe het geld besteed is. Ik had een paspoort nodig, vaccinaties, medicijnen om mee te nemen. Hiernaast wilde ik verschillende dingen voor mijn familie meenemen zoals zeep, tandpasta, melkpoeder, suiker e.d. Misschien heeft u wel op tv gezien hoe haast geen enkel huis in Rwanda, met name in de hoofdstad Kigali, meer sluitende deuren heeft. Om verschillende redenen werden alle huizen opengeschoten tijdens de oorlog. Mijn moeders huis had geen enkele deur meer die kon sluiten en zo zocht ik iemand om de deuren te repareren. Het huis van mijn moeder had elektriciteit, maar tijdens de oorlog zijn alle stopcontacten, lampen en de hele bedrading verwoest. Ook dit liet ik iemand repareren en nu is er weer stroom. Voorts was aan een kant het dak kapot door kogels. Dit gedeelte van het huis kon niet gebruikt worden als het regende en er kon ook niet geslapen worden. Ook dit liet ik repareren en zo woont mijn moeder weer in een veilig huis. Vlak voor mijn vertrek had de nieuwe regering nog geen systeem bedacht, hoe ze de mensen kosten voor huur, water en elektriciteit in rekening moesten brengen. Zo had mijn moeder tot dan toe nog niets van dit alles betaald. Hiervoor heb ik mijn moeder ook geld gegeven. Voorts heb ik wat geld als zakgeld gebruikt voor vervoer en maaltijden. Momenteel is Rwanda een heel duur land. Ik had een staafje cacaoboter nodig. Hier kost dat misschien twee gulden, daar betaalde ik elf Dollar! Door uw giften heb ik al het bovenstaande kunnen doen. Heel hartelijk dank, ook namens mijn familie in Rwanda. Mijn familie is zeer bemoedigd. Mijn bezoek was werkelijk een zegen en ik ben God dankbaar.


Ik was zo blij mijn moeder en de rest van de familie weer te zien. Maar het was ook speciaal om mijn geboortegrond voor de eerste keer te zien en met name het huis waarin ik geboren ben. Daar woont de man, die in 1959 door God werd gebruikt om ons gezin te helpen vluchten tijdens de massamoorden, die ook toen plaatsvonden. Deze moordpartijen waren bijna net zo erg als die welke we pas hebben meegemaakt. Het verschil is dat er toen nog geen CNN was. Het was bemoedigend om te zien hoe men het dagelijks leven weer oppikt, maar er zal wel tijd over heen gaan en het zal veel inspanning kosten voor Rwanda weer enigszins geestelijk herstelt. Ik bevond dat van Tutsi families, die gemakkelijk uit zo'n vijftig personen bestaan er soms nog twee tot vijf over zijn. Ook kwam ik gevallen tegen, waar nog maar één persoon van de hele familie in leven was. Het was niet makkelijk om aan te horen, wat deze mensen te vertellen hadden.


Ook was ik in de gelegenheid om een aantal weeshuizen te bezoeken. Ik sprak zowel met de leiding als met de kinderen. Veel kinderen konden niet slapen vanwege alle vreselijke dingen, die ze hadden gehoord en gezien. De kinderen die wel konden slapen schreeuwden vaak in hun slaap vanwege nachtmerries. U kunt zich voorstellen wat het voor een kind moet betekenen om te zien dat je vader of moeder in stukken wordt gehouwen en zo de dood vindt. Veel kinderen ontsnapten ternauwernood. Velen waren gewond op verschillende plaatsen. Sommigen misten een been, anderen zelfs beide benen. Alstublieft, gedenk deze kinderen in uw gebeden.


Ik bezocht diverse kerken en was bemoedigd te zien hoe de mensen een weg naar binnen probeerden te vinden. Soms stonden de mensen tot op straat omdat de kerk tjokvol was. Maar ook was er zo'n zalving dat de mensen gewoon van hun zonden overtuigd werden. Ze kwamen naar voren voor gebed en gaven hun leven aan God. Het gezang in de kerken en de preken waren simpel en vol vreugde, zodat het heerlijk was om in de kerk te zijn.


De tijd brak aan dat ik weer terug moest. Ik reisde van Rwanda naar Oeganda, om vanuit Oeganda terug te vliegen. Ik reisde met een van mijn zussen in een matatu (minibus). Ongeveer halverwege op weg naar Kampala, onze eindbestemming, ontdekte zij, dat haar koffer met al haar bezittingen weg was. Deze moet van het dak van de matatu zijn gevallen of gestolen. Toen ik mij realiseerde dat zij nu niets meer had, gaf ik haar het overgebleven geld, zodat zij kon kopen wat ze nodig had.

Prijs de Heer, Hij heeft mij veilig geleid. Eén dag nadat ik was aangekomen in Oeganda, stortte de verbindingsbrug tussen Rwanda en Oeganda in. Gods timing voor mijn terugreis was precies goed.


Ik kan deze brief niet eindigen voordat ik u vertel dat er nogal wat worstelingen zijn voorafgegaan aan mijn reis naar Rwanda. Maar prijst God, Hij heeft alles ten goede gekeerd en het zelfs mogelijk gemaakt dat ik op de tv kwam. Sommigen van u hebben de uitzending van “Antenne” vast wel gezien. Al deze dingen hebben mijn geloof in God enorm versterkt! Het is wonderbaar te zien en te ervaren hoe God alle dingen leidt. Mijn reis naar Rwanda heeft bewezen dat ik al flink Europees ben geworden. Ik kon de Afrikaanse warmte niet zo goed meer verdragen. Een dag na mijn aankomst waren mijn lippen al helemaal gebarsten door de zon. Ook had ik wat maagproblemen door de klimaatsverandering en het andere eten. Ik ben niet echt heel erg ziek geweest. God heeft mij beschermd, ook voor malaria.

De tijd die ik had was te kort om iedereen te zien. Aan de andere kant was het een lange tijd om zonder mijn gezin te zijn en natuurlijk om een ieder van u te zien. Tot slot willen wij van deze gelegenheid gebruik maken om een ieder van u te danken voor uw gebeden, ondersteuning en vriendschap. Moge God u rijkelijk zegenen en de goede verlangens van uw hart vervullen in dit nieuwe jaar. We houden van u.

Familie Gatete.

Door deze reis werd het hart van Peter bewogen om iets voor zijn landgenoten te gaan doen. Zo werd de Stichting Rwandese Gemeenschap in Nederland opgericht. Later werd de naam hiervan gewijzigd in “Stichting Geloof, Hoop en Liefde”, vanwege de duidelijk christelijke signatuur van de stichting. In oktober 1995 bij de oprichting van de stichting “Geloof, Hoop en Liefde” schrijft Peter over zijn visie:

Het ontstaan van een visie. Enkhuizen, 31 oktober 1995

De afgelopen maanden is Rwanda veel in het nieuws geweest. In april 1994 werden meer dan een half miljoen mensen, waaronder vrouwen en kinderen, op brute wijze afgeslacht met hakmessen en stokken, vaak door hun eigen buren. Het is moeilijk om je de omvang van dit bloedvergieten en de daaruit voortvloeiende chaos voor te stellen, te meer daar dit gehele drama zich slechts in een tijdsperiode van luttele weken heeft afgespeeld. Buren, die elkaar afslachtten, zonder het gebruik van moderne wapens. Het resultaat was de droevige balans van naar schatting een miljoen weeskinderen en veel oudere mensen, die alleen overbleven zonder enige vorm van inkomen. Ook zijn er nu talloze weduwen, daar veel jonge mannen vochten in de oorlog en daarbij hun leven verloren. Veel jonge vrouwen en meisjes werden verkracht en zitten nu met ongewenste kinderen.

Deze kinderen krijgen vaak geen hulp en er is niemand die voor ze zorgt.


Veel Nederlanders hadden zelfs nog nooit van Rwanda gehoord. Wij kunnen nauwelijks bevatten hoe zo'n moordpartij in de 20e eeuw in zo'n klein landje heeft kunnen plaatsvinden. Het lijkt onwerkelijk. Voor mij is het echter wel echt en het raakt aan mij. Veel van de mensen, die in de oorlog gesneuveld zijn, zijn mijn familie en vrienden. Mijn enige broer is hoogstwaarschijnlijk ook gestorven, alhoewel dit nog niet officieel bevestigd is.


Ik herinner mij, dat toen ik als kind opgroeide in Rwanda, huizen in brand gestoken werden en hoe ik moest vluchten naar de dichtstbijzijnde kerk. Ik herinner mij de jaren, dat wij als vluchtelingen leefden in Oeganda onder het schrikbewind van Idi Amin en Obote. Ik heb lijden meegemaakt en veel tragedie, vernietiging en pijn, maar op een of andere manier heb ik overleefd. De afgelopen negen jaar woon ik in Nederland, comfortabel en in alle rust. Maar ik heb mij lange tijd afgevraagd: Waarom ben ik hier? Waar leef ik voor? Waarom heeft God mij beschermd? Ik had al lang dood moeten zijn! Sinds het afgelopen jaar zijn vele dingen duidelijk geworden. God heeft mij geroepen om Hem te dienen door de mensen in Rwanda te dienen, en wellicht ook mensen op andere plaatsen, die lijden. Daarom hebben mijn vrouw en ik samen met andere vrienden deze organisatie opgericht. De taak is eigenlijk veel te groot voor mij, maar ik geloof dat God een doel met dit alles heeft en Hem kunnen wij vertrouwen. Het is onze stellige overtuiging, dat alleen wanneer mensen in Rwanda Jezus zullen kennen als hun Redder, zij in staat zullen zijn elkander te vergeven en zodoende de eindeloze cyclus van haat, bitterheid en moord te doorbreken.

 

Op dit moment werken wij, zoals wellicht bekend, samen met Kinderhulp Afrika, die twee weeshuizen runt, in Oeganda en in Butare in Rwanda. De gezamenlijke kosten voor deze weeshuizen bedragen ca. USD. 8000,-per maand. Ons is gevraagd om op termijn het weeshuis in Rwanda over te nemen. Op dit moment bezitten wij nog niet de financiële draagkracht daarvoor. Wel ondersteunen wij zoveel mogelijk. Onze visie is echter om in samenwerking met de Rwandese kerken in de omgeving van het dit project te runnen.


Ons lange termijn doel is te komen tot het punt, waarop wij dit project loslaten en de kerken, de mensen uit Rwanda zelf dus, het verder opnemen, zonder hulp van buitenaf. De ander helpen zichzelf te helpen.

Op korte termijn stellen wij ons tot doel om geld in te zamelen voor voedsel, kleding en medicijnen.

Voorts christelijke zorg, liefde en training van stafmedewerkers. Op den duur meer weeshuizen, leraren, medisch personeel, training etc.


Dit is een kritische tijd voor Rwanda en in het bijzonder voor de een miljoen ouderloze kinderen, zonder hoop. Wij hebben uw hulp nodig; zij hebben uw hulp nodig. Ons doel is om geloof, hoop en liefde te brengen. Wij willen nu tegemoet komen aan de geestelijke en materiële noden van de weduwen, wezen en andere behoeftigen in Rwanda. Zelfs wanneer alles goed gaat is de gemiddelde levensduur in Rwanda slechts 50 jaar. Wij hopen en bidden door God gebruikt te worden tot zegen voor de mensen in Rwanda en later wellicht ook elders in de wereld. Dat mensen redding, genezing, vrede en eeuwig leven door Jezus Christus zullen mogen vinden.


Mijn persoonlijke motivatie om dit werk te doen kort samengevat:

1) Mijn persoonlijke ervaring, gebaseerd op mijn achtergrond als vluchteling. Door mijn eigen ervaring met lijden ben ik in staat om mij in de nood van veel van deze mensen te verplaatsen.

2) Mijn bewogenheid, gebaseerd op geloof, hoop, liefde en vergeving, welke ik zelf gevonden heb in Jezus Christus.

3) De bemoediging die ik ontvang van mijn teamleden.

Namens de Stichting “Geloof, Hoop en Liefde”
Peter A. Gatete, voorzitter.

 

Onze eerste activiteit in Rwanda bestond uit steun aan weeshuizen. Aanvankelijk hebben wij enige tijd samengewerkt met de Stichting “Kinderhulp Afrika”. Zij runden twee weeshuizen, één in Rwanda. Om verschillende redenen hebben wij echter verkozen om eigen projecten op te gaan starten.

Ons eerste eigen project:

Tijdens een oriëntatiereis in 1996 kwamen wij in contact met de URUNANA-Association. Tien vrouwen, waaronder een zus van Peter Gatete, hebben zich verenigd met als doel: winstgevende ontwikkeling door samenwerking. Zij huren een werkruimte en enkele naaimachines en zij houden zich bezig met het vervaardigen van kinderkleding, japonnen en tafelkleedjes. Wat deze vrouwen nodig hadden was scholing, naailes, en geld om meerdere naaimachines te kunnen huren, naaimaterialen en stoffen. Wij besloten fondsen te gaan werven om dit mogelijk te maken. Deze vrouwen hadden allen 1-4 weeskinderen geadopteerd. In een afzonderlijk project hebben wij de zorg voor deze 25 weeskinderen op ons genomen voor de duur van de opleiding van deze vrouwen. Dit project heeft de grondslag gelegd voor onze latere naaischool. In de financiering van dit project hebben wij samengewerkt met de “Wilde Ganzen”, die de inkomende gelden van collecte en sponsors verdubbelden. De “Wilde Ganzen” steunen kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden.

Uit de URUNANA ASSOCIATION is in 1996 de “Association Hope” ontstaan. Deze is de derde poot van onze stichting, gevestigd in Rwanda. Zij houdt zich bezig met de keuze van projecten in overleg met “Nederland”. Voorts draagt zij zorg voor de uitvoering van de projecten in Rwanda, boekhouding, verslaglegging, organisatie, controle etc.

De eerste jaren zijn wij voornamelijk bezig geweest met dit uitgroeiende project van naailessen. Wij hadden een lerares aangetrokken. Het aantal leerlingen steeg. Met name ook uit de weeskinderen wilden velen leren naaien. Wij wilden gaan voorzien in een eigen onderkomen. Het gebouwtje wat wij hiervoor aangekocht hadden, wat stond aan een belangrijke doorgangsweg naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda, werd door de regering afgekeurd als zijnde niet representatief, waardoor wij gedwongen werden tot nieuwbouw. Dit was een hele stap voor een kleine stichting, maar we hebben op God vertrouwd en werden van alle kanten geholpen. M.b.v. de “Wilde Ganzen”, ncdo (Nationale commissie voor duurzame samenwerking en ontwikkeling) en “Metterdaad” van de E.O. Hebben wij twee gebouwtjes voor onze “naaischool” kunnen optrekken. Voorts moest er nog hekwerk omheen komen en de bestrating moest worden verzorgd.

Eind 2000 zijn wij een projectje opgestart voor een minibus om onze leerlingen naar de naaischool te kunnen vervoeren, omdat de afstand te groot is om te lopen. Deze minibus zou dan ook als “matatu”, minibustaxi, kunnen fungeren en zo zijn kosten kunnen opbrengen. Middels onze jaarcollecte in Enkhuizen, welke verdubbeld werd door de ncdo, hebben wij dit snel kunnen realiseren en reed de bus eind februari 2001.

In 2001 zijn hadden wij voor een project te starten, waarin 30 weeskinderen zich een inkomen zouden verschaffen middels kleine handeltjes. Zij zouden houtskool verkopen, nog alom gebruikte brandstof in Rwanda, verder levensmiddelen als aardappelen, rijst, maïs, noten, bonen, tomaten, uien en wortelen. Zij zouden vanuit verplaatsbare kiosken zaken kunnen verkopen als koek en snoep, biscuits, cakes, brood, lucifers, batterijen, pennen, zeep, schriften voor school, tassen etc., of ze zouden melk en melkproducten aan de man kunnen brengen, frisdranken en snacks en tenslotte tweedehands artikelen zoals gedragen kleding. Wij zouden voor elk van deze jongeren in een startkapitaal willen voorzien. Helaas is dit project niets geworden omdat wij er geen sponsors voor konden vinden.

Wij zijn in de loop der jaren natuurlijk regelmatig naar Rwanda geweest om onze naaischool en de weeskinderen onder onze hoede te bezoeken. Zo ook in 2001. In dit jaar kwamen wij in contact met een koor “Impanda”, “De Bazuin”. De 25 vrouwen van dit koor wilden zich verenigen in een coöperatie om groenten te verkopen. Dit werd ons nieuwe project. Wij hebben voorzien in fondsen voor de inkoop van groentes, een ruimte gehuurd voor opslag en verkoop en voorzien in noodzakelijke attributen voor de winkel, zoals weegschalen. In eerste instantie is dit project niet winstgevend geweest door de invloed van tussenhandelaren, slechte oogsten vanwege weerscondities, waardoor de inkoopprijzen omhoog schoten en de hoge huurprijzen van de “winkel” en de opslag. Later hebben wij de tussenhandel vermeden en zijn rechtstreeks gaan inkopen van de telers. Uiteindelijk bleek huis aan huis verkoop veel beter te werken als vanuit een winkel en werd het project winstgevend en is het draaiend tot op dit moment. De mensen die hun startkapitaal vanuit dit fonds hebben gekregen moeten periodiek een bedrag afdragen. Dit geld wordt gebruikt om de van allerarmsten een kans te bieden om middels een startkapitaal in dit project te participeren.

In de loop der tijd werd ook duidelijk dat de leerlingen van onze naaischool na hun opleiding verder geholpen moesten worden. Een diploma was geenszins een garantie voor het vinden van een baan. Om voor zichzelf te kunnen gaan beginnen hebben zij een naaimachine en een startkapitaal nodig en hiervoor zijn wij ons hard gaan maken. Eind 2003 bereikt de eerste zending van 30 gereviseerde naaimachines vanuit Nederland Rwanda. Wij hebben hierin samengewerkt met de Stichting “Derde Wereld Werkplaats” uit Teteringen bij Breda. Zij hebben ook het vervoer voor ons geregeld per schip. Zo konden wij verschillende gediplomeerden blij maken met een eigen machine en een startkapitaal. Een tiental naaimachines was bestemd voor de naaischool ter uitbreiding en vervanging van defect materiaal. De naaischool is een stukje structurele hulp geworden. Wij hebben ons eraan verbonden om de naaischool te blijven exploiteren. Met name de jaarcollecte in Enkhuizen is steeds voor alle kosten van de naaischool. Zo is een naaicursus aan enkele weduwen uitgegroeid tot een naaischool, een hulpprojectje geworden tot een stuk structurele hulp. Op de naaischool is momenteel plaats voor zo'n dertig leerlingen.

In 2003 waren wij ook voornemens een kleine eetgelegenheid te beginnen in Kigali, Rwanda. Dit project sprak blijkbaar zeer tot de verbeelding, want in zeer korte tijd mochten we de benodigde fondsen hiervoor binnen krijgen. In Rwanda blijk je een te huren pand soms zelf te moeten verbouwen. Met ons pand voor het restaurant werden wij hier ook mee geconfronteerd. Zo duurde het tot 2004 voor ons “restaurant” kon worden geopend. In de loop van de tijd hebben wij heel wat besognes gehad rond het restaurant en voor ons westerlingen niet te begrijpen situaties, maar het restaurant leeft nog.

In 2004 gaat door een erfenis de hartenwens van onze voorzitter, Peter Gatete, in vervulling om één keer met zijn hele gezin naar Rwanda te kunnen gaan. Zij gaan samen met een delegatie van de stichting. Tijdens hun verblijf wordt er een computer geïnstalleerd op de naaischool, een geweldige gift van de kerkelijke gemeente van een van onze bestuursleden, Bas Roemers. Zo wordt de communicatie met Association Hope en de naaischool sterk verbeterd.

Wederom worden vijftig naaimachines dit jaar naar Rwanda verscheept via de voornoemde Stichting “Derde Wereld Werkplaats” bestemd voor gediplomeerden en voor de naaischool zelf.

De projecten van het “restaurant” en van de coöperatie voor de verkoop van groenten moeten nu op eigen benen verder en worden als afgerond beschouwd.

Tijdens ons verblijf in Rwanda dit jaar is sympathie ontstaan voor een Aids-project, waarin met name kinderen worden geholpen. Voor de duur van twee jaar besloten wij een deel van dit project voor onze rekening te nemen. In ons nieuwe project willen wij de kosten gaan betalen voor een groep van 64 kinderen/jongeren. Vierenveertig kinderen willen wij helpen om naar de basisschool te kunnen gaan. Twintig jongeren willen wij in de gelegenheid stellen om vakonderricht te krijgen. Naast schoolgelden hebben zij schooluniformen nodig, welke verplicht zijn in Rwanda, voorts boeken en schrijfmaterialen. In samenwerking met de stichting “Edukans, die zich speciaal richt op educatie van kansarmen in de Derde Wereld, zijn wij dit project gestart.

In 2005 zijn wij bezig fondsen te werven voor het project van de Aids-kinderen. Dit jaar bezocht Frans Nijhof, een van onze bestuursleden, wederom Rwanda, op uitnodiging van verschillende kerkelijke gemeenten in Rwanda. Frans is een voormalig zendeling en prediker. Onze stichting is niet alleen bezig met materiële hulp, maar wil vooreerst de kerk van Rwanda ondersteunen.

Onze visie is geestelijk. Hieronder zal Frans verslag doen voor geïnteresseerden van wat wij op geestelijk gebied hebben mogen realiseren in Rwanda sinds 1994.

2006 Wij werven fondsen voor een nieuwe zending naaimachines dit jaar.

Tijdens een onverwacht bezoek van Peter Gatete en zijn vrouw aan Rwanda vanwege het overlijden van Peters moeder, komt Peter in aanraking met een kapper. Deze is bereid om les te geven en zo jongeren het vak te leren. Met het oog hierop willen wij hem helpen om een start te maken met een eigen zaak. In onze nieuwsbrief van april 2006 wordt hier gewag van gemaakt. Ook hiervoor werven wij fondsen.

 
Organisatie
Activiteiten
Sponsoring
Nieuwsbrief
Weblog
  Home  
Contact
AutomaticScroll